Wie schrijft die blijft!

Toen ik laatst met collega A. in Bellevue was voor een voorstelling van Ribstuk begon ze ineens over het feit dat ik een weblog had. En ik voelde me een soort van betrapt. Ik realiseerde me ineens dat ik gevonden én gelezen werd. En vroeg me acuut af of die weblog van mij niet heel stom was ofzo. Dat is best raar; want natuurlijk schrijf ik om gelezen te worden.

Maar het gesprek ging helemaal niet over de inhoud van mijn blog maar over het feit dat A. het jammer vond dat ze er nu pas achter kwam. Want anders had ik over het repetitieproces van Ribstuk mogen bloggen! Aaargh! Waarom had ik dat zelf niet bedacht?! Tsja, iets om in mijn achterhoofd te houden dus voor misschien ooit eventueel toekomstig potentieel je weet maar nooit enzo. Dacht ik.

Vorige week had ik een eindgesprek van mijn stage. Allemaal weer geheel in de informele Artemis stijl: In het zonnetje in de achtertuin van Floor met blote voetjes in het gras. Heerlijk. Het was een heel fijn positief gesprek waarin we evalueerden, praatten over de toekomst & vanalles en nog wat. En ineens kwam ter sprake dat ik nog wel eens regieassistent mocht zijn bij haar! Nadat ik 3 meter gegroeid was en mijn gezicht, dat inmiddels verworden was tot één grote grijns, weer probeerde te modelleren tot een ietwat meer ontspannen uitdrukking kon ik alleen maar heel naïef vragen: ‘Mag dat echt?!’ Ja dat mocht echt. Met één kanttekening: 2 maanden op een houtje bijten want er is geen geld. Maar geld maakt niet gelukkig toch? En theater wel!

Dus ik zeg: to be continued en dan mét weblogupdates over het repetitieproces!!

Maandag..?

‘En, lekker aan het afstuderen?’ ‘Eh ja...’ zeg ik terwijl me een benauwd gevoel bekruipt. Lekker en afstuderen gaan niet helemaal samen. Stress en afstuderen, faalangst en afstuderen of studieontwijkendgedrag en afstuderen zijn daarentegen de beste vrienden.

Als je het rationeel bekijkt is het best vreemd: Ik heb een leuke afstudeerplek, een leuk afstudeeronderwerp, een goede begeleider en toch wil het niet vlotten met het schrijven. Althans ik heb al 50 pagina’s geschreven, dat is het niet. Die 50 pagina’s had mijn begeleider vorige week op zijn bureau liggen en verzuchtte dat ‘ie hier nog niet zoveel mee kon. Het ontbreekt aan structuur. Het zijn uitgewerkte theorieën, aantekeningen, methodes, probleemanalyses. Maar het is nog geen onderzoeksrapport.

‘Laten we zeggen dat je maandag de eerste versie van deel 1 bij me inlevert.’ En ik ging akkoord. Na een, niet altijd even verhelderend, gesprek van 3,5 uur vond ik alles prima. Maandag. Dat gaf me nog zo’n 3 dagen. En in die drie dagen had ik al plannen en verplichtingen maar het zou makkelijk lukken. Dacht ik. En bij 2 dagen dacht ik dat ook nog en bij 1 dag moest het ook nog wel lukken. Ook die dag ging voorbij en toen bedacht ik: Maandag 23.59 uur is óók nog maandag. Ik cancel de gereserveerde editsuite en besluit dat ik nog een riante dag heb. Moet lukken. Maar eerst thee, mail, een douche en honderd andere dingen.

Dan open ik toch maar een word document en plak daar het overzicht van de inhoud van deel 1 in. Ik vraag me af hoe ik dat allemaal uit moet werken. Ondanks dat het een vrij logische opeenvolging is van een probleemstelling, analyse, methode etc. duizelt het me. Hier moet ik pagina’s over schrijven. Waarom moet ik daar nou over schrijven? Ik kan er echt uren over praten, mag dat niet gewoon? Waarom moet ik het, verbonden aan honderdduizend regels, opschrijven? Terwijl ik normaal gesproken niet bepaald kort van stof ben denk ik nu na 3 zinnen ‘ja, dit is het wel zo ongeveer’. Maar dat kan dus niet. Al met al staan er nu 3 zinnen. En na een paar uur 238 woorden.

Ter inspiratie scroll ik een onderzoeksrapport van iemand anders door. Zo ziet het er allemaal best logisch uit. Terug in mijn eigen word document is het ineens niet meer zo logisch.
Inmiddels staan er 371 woorden. Met regelafstand 1,5 en de nodige fantasie is dat toch al bijna een pagina. ‘Nog zo’n twintig te gaan voor vandaag’ is de opbeurende gedachte. En nog 4 uur voor het 23.59 uur is. Tijd zat om er een weblogpost over te schrijven dacht ik zo...



En dan schrijf je ineens moeiteloos 461 woorden in een kwartier. Dat is, met het hierbovenstaande in je achterhoofd, op z'n zachtst gezegd best raar.

Wat moet dat moet!

Donderdag 26 maart Tweetakt festival te Utrecht.
Herrie in de foyer. Groepen jongeren komen naar Ribstuk kijken. Voor CKV moeten ze toch érgens naar toe. Dan maar naar Artemis, met z’n allen.

We krijgen ze niet stil. Het voelt als ‘Rotterdams LEF* the sequel’. Na 10 minuten wachten beginnen de spelers in de hoop dat het dan wel stil wordt. Maar dat wordt het niet. Er wordt gepraat, gebeld, geroepen en geschreeuwd. Spelers worden uitgejoeld en de boel wordt compleet ontregeld. Eén van de acteurs stapt uit zijn rol om het publiek tot stilte te manen. Het helpt niet. De schaarse bezoekers die hier wel zijn om de voorstelling te zien kijken naar een worsteling van acteurs die zich door hun stuk proberen te slaan. Dan volgt er een black-out en moet ik souffleren... De nachtmerrie van iedere acteur is compleet.

Compleet gedesillusioneerd praten we na. Hoe pakken we dit in het vervolg aan? Wat kunnen we doen? En valt er wel iets te doen? Bij wie ligt de verantwoording? Ouders, school, politiek? Als gezelschap kun je je publiek niet in één avond opvoeden.
En dan vraag ik me wederom af of je dit moet willen... Waarom moeten jongeren die dat niet willen naar theater? Je hoort niemand klagen wanneer je de deur van het Rijksmuseum niet platloopt. Maar we moeten wel met z’n allen naar theater... Het lijkt alleen maar strijd op te leveren. En een machtsstrijd met het publiek verlies je gegarandeerd. Misschien is het dan wel niet voor iedereen? Ieder z’n meug toch?
Of misschien moet er eerder begonnen worden met cultuureducatie; of juist later. Want midden in de puberteit, vol met gierende hormonen, onzekerheid en kuddegedrag? En als icing on the cake: ze komen omdat het moet voor school. Dat werkt dus niet. Je kunt kunst en kunstbeleving nou eenmaal niet forceren en opdringen.

Diep van binnen vind ik nog steeds dat we jongeren juist wél de mogelijkheid moeten bieden om theater te onderzoeken. En mogen ze er ook gerust geen reet aan vinden. Maar voordat je iets afwijst moet je er kennis van hebben genomen. Steeds opnieuw wordt er geprobeerd jongeren te laten ervaren wat theater is zodat ze er mening over kunnen vormen. Het blijft lastig. Want een voorstelling wordt niet gemaakt voor opstandige jongeren die wel wat beters te doen hebben. Het is vreselijk ondankbaar voor de makers en spelers. Na deze avond voel ik me raar. Raar dat ik me als 23-jarige afvraag of het nog goed zal komen met deze generatie.

Maar het komt goed! Vandaag heb ik namelijk ondervonden dat alles goed komt! Ik had een nagesprek met 6 meiden. Het gesprek zou een half uurtje duren maar liep uiteindelijk uit tot zo’n anderhalf uur. Twee pittige 12-jarigen, twee eigenwijze 16-jarigen en twee wijze twintigers. En wat hebben deze zes veel gezien! Zonder angst voor de camera vertelden ze wat ze zagen, vonden en hoe ze dat geïnterpreteerd hadden. Er kwam meer uit dan ik ooit had durven dromen! Alle lagen en thema’s haalden ze feilloos naar voren. Heel raak beschreven ze het stuk en koppelden dat naar hun eigen leven. De verhoudingen tussen de personages werden beschreven en de symboliek werd opgepikt. Ze vonden het leuk, waren kritisch en hadden vooral véél te zeggen. Ik ben blij, heel blij! Dankjewel lieve meiden uit Eindhoven, dankjewel dat jullie mijn vertrouwen in het jonge theaterpubliek weer hebben weten te herstellen!


* Bij Rotterdams LEF deed ik mijn derdejaarsstage waar ik menig avond zoals in Utrecht heb meegemaakt.

Alles is theater

Dat ik weer eens wat moest schrijven. Omdat hij het zo graag las.
Ja. Het is te lang geleden. Ik weet niet eens of ik mijn wachtwoord van web-log.nl nog weet... En of ik nog wel iets te melden heb. Een beter excuus is misschien dat ik ondergedompeld ben in theater. Een monologenwedstrijd. Een afstudeeronderzoek over de beleving van theater. En een functie als regieassistente. Mijn hoofd is een beetje vol, maar ik vind het heerlijk.

Vooral dat laatste. Regieassistente bij theater Artemis. Bij Floor Huygen; een geweldige regisseur. We maken de voorstelling Ribstuk, die 20 maart in premiere gaat. En wat leer ik veel. Het maakproces van een voorstelling is zo veelomvattend en interessant. En zeker deze voorstelling; ik ben weer eens met mijn neus in de boter gevallen.

Ribstuk gaat over het leven. Over vrouwen. Van alle leeftijden. Over groei. Wie ben ik en hoe zien anderen mij? Twee jonge meisjes die in de spiegel niet degene zien die ze graag zouden willen zien. In deze maatschappij is de buitenwereld zo ontzettend veeleisend naar vrouwen toe. We moeten mooi zijn, slank zijn, lief zijn, intelligent zijn, moeder zijn, geliefde zijn, carrièrevrouw zijn, geïnteresseerd zijn, aangepast zijn en ga zo maar door. We doen er allemaal aan mee en maken elkaar allemaal gek. Terwijl we eigenlijk alleen maar onszelf hoeven te zijn. De buitenkant moet samenvallen met de binnenkant. En dat is een struggle.

De strijd die de twee meisjes tegen zichzelf voeren is een universele. Ook de wereldberoemde modeontwerpster, waar de twee met een smoes terechtkomen, blijkt niet te zijn zoals ze hadden verwacht. Geen glitter & glamour. Geen oogverblindende uiterlijkheden. Maar een vrouw die vast zit en niet meer weet wie ze is.

En dat allemaal bij Theater Artemis, maar dat is toch jeugdtheater...? Fout! Artemis maakt voorstellingen volgens het concept ‘theater voor alle leeftijden’. Artemis probeert de grote thema’s aan te snijden op een toegankelijke manier. Door meerlagigheid in de voorstellingen vindt er uitwisseling van beleving plaats op verschillende niveaus. Voor iedereen is er wat uit te halen en door ook kinderen serieus te nemen heb je ze veel meer te bieden dan met uit- en voorgekauwd kindertheater.

Hieronder alvast een voorproefje van Ribstuk. Meer informatie en de speellijst is te vinden op de website van Artemis

(H)erkenning

Picture this:

Ik sta mijn geld te verdienen bij Ikea en vandaag werd er een interne bedrijfsfilm gedraaid. Ik wissel met de cameraman even drie zinnen over de film. Hij kijkt me aan en zegt ineens:
‘Hee, jij speelde toch in dat toneelstuk? Ehm ‘Kick’ ofzo?’

Jahaaa, dat was ik!

Moeha, volgens mij ben ik zojuist gewoon herkend!

Fiets, fietste, gefietst...

Mijn fiets is heilig. Mijn fiets is mijn vrijheid. Ik ben dan ook zeer verbolgen over het feit dat ik al aan mijn vierde fiets toe ben hier in Breda. Vier fietsen in vier jaar. En bij iedere fiets denk ik weer: Deze blíjft van mij!

Ik keten ze vast met ten minste twee sloten aan een hek of een lantaarnpaal. Maar desondanks worden mijn stalen rosjes gejat danwel volledig gesloopt. Iedere keer ben ik weer diep teleurgesteld. Teleurgesteld en boos, want hoe haalt iemand het in zijn hoofd om aan een fiets van een ander te zitten?! Ik ben –letterlijk– nergens zonder fiets. Iedereen weet hoe kut het is wanneer je fiets gejat is, maar door er één ‘terug te jatten’ hou je het hele probleem in stand… Ik krijg dan van die ‘waar-gaat-het-heen-met-de-maatschappij?’gedachten.

Toen ik gisteren ging werken en mijn fiets wilde losketenen van de lantaarnpaal voor mijn huis kwam ik erachter dat één of andere onverlaat/idioot/achterlijke randdebiel zijn fiets áán de mijne had vastgezet. Dat is, met gevoel voor understatement, niet zo handig. En ik was net zo trots dat ik deze keer eens écht op tijd zou zijn, zodanig op tijd dat ik tegenzittende stoplichten kon hebben en dergelijke… Maar ik kon dus geen kant op, althans mijn fiets niet. Eén van mijn huisgenootjes kwam net langs en had het lumineuze idee om even bij wat huizen aan te bellen en te vragen of iemand wist van wie die fiets was. Zo gezegd zo gedaan.

Het eerste huis waar ik aanbelde was nr. 108, twee deuren verder dan de mijne. Er doet een blond meisje open en ik vraag haar of ze weet van wie de desbetreffende fiets is en met een ‘want die staat vast aan de mijne, ik moet gaan werken maar kan dus niet weg’ poogde ik mijn situatie te schetsen. Ze had geen idee van wie de fiets was maar doorzag wel mijn probleem.
'Dus je hebt een fiets nodig nu?'
‘Eh ja...?’ antwoordde ik.
‘Nou ik moet in principe niet weg’ zei ze en haalde haar EIGEN fiets uit de gang. Van het onbekende meisje van twee huizen verder kreeg ik zomaar haar fiets mee zodat ik op tijd op mijn werk kon zijn!

Al mijn boosheid en frustraties omtrent mensen & fietsen werden ineens overschaduwd (of beter: overstraald!) door deze actie. Ik heb haar tig keer vol verbazing en euforie bedankt en fietste op de geleende fiets naar mijn werk. Ik was net op tijd.
Halleluja, de mens is goed!

Out of in control

‘Life is what happens while you’re busy making other plans.’ Een legendarische quote van John Lennon. Wát een waarheid. En deze waarheid mag ik nu aan den lijve ondervinden.


Ik ben de afgelopen maanden in een stroomversnelling van gebeurtenissen terechtgekomen die al mijn vastomlijnde plannen radicaal in de war schoppen.
En dat is voor een persoon met duidelijke trekken van een control freak best even slikken.

En dan? Even heel hard gillen en vervolgens maar meegaan in dat wat het leven je aanreikt. Ik vind het wonderbaarlijk hoe er soms, als vanzelf lijkt het wel, dingen op je pad komen die de juiste blijken te zijn. Dat je net dat krijgt wat nodig bleek. Of dat waar je nog helemaal niet over nagedacht had. Oplossingen of omkeringen dienen zich soms zomaar aan. Ik ben vaak geneigd me nogal druk te maken om futiliteiten en overal leeuwen en beren te zien. En dan ineens is er gewoon een oplossing.


Toeval? Nee, ik geloof niet in toeval. Ik ben meer van het ‘everything happens for a reason’ concept. Misschien daarom ook mijn vaak analytische instelling; overal het waarom achter proberen te vinden. Soms lukt me dat. En soms ook niet. Maar ik blijf erbij dat dingen niet voor niets gebeuren. Hiermee wil ik zeker niet beweren dat alles altijd gemakkelijk of leuk is of vanzelf gaat, maar wel dat je overal wat uit kunt halen en je kunt kiezen hoe je ermee omgaat.

Met die wetenschap in mijn achterhoofd zet ik met steeds meer vertrouwen de volgende stappen.

En bedankt...!

Lieve mannen van Nederland:
Heus, ik vind jullie best aardig. Nee, ik ben niet anti-man. Sommige mannen in mijn leven zijn zelfs bijzonder waardevol.
Maar hoe kan het toch dat een deel van jullie zo vreselijk tactloos uit de hoek kan komen? Zo ontzettend tactloos en lomp dat ik me als vrouw allang niet meer gevleid maar eerder beledigd voel.


Uit het leven gegrepen:

Een kerel die me tot aan mijn voordeur al roepend achtervolgt en een poging doet tot binnenkomen. Terwijl hij half in mijn deuropening staat biedt ‘ie me 500 euro om te neuken. Nu vraag ik je?!? Kijk, 500 euro is best een leuk bedrag, wat me ook nog niet eerder is geboden maar dit is toch van de gekken? Echt serieus, denkt zo’n man nu werkelijk dat ik dan zeg: “Dat geld kan ik wel gebruiken, kom maar mee naar boven”. Hoe werkt het in godsnaam in het hoofd van zo’n man?

Als ik sta te flyeren in de Jaarbeurs in Utrecht voor een bedrijf dat draaiende freestoepassingen levert (ja, ik wist écht waar ik het over had…) krijg ik opmerkingen over mijn décolleté naar mijn hoofd, dit terwijl ik echt christelijk gekleed was. De klakkende geluiden die mannen maken wanneer je langsloopt. En als je niet reageert ben je een hoer of een slet. En nee, het is niet vleiend, het gaat ook helemaal niet om mij of desnoods om mijn uiterlijk. Want zelfs als ik op mijn allerlelijkst, in een joggingbroek en zonder make-up even boodschappen ga doen blijken er nog types te zijn die me aanspreken, tegenhouden of naroepen. Als het maar twee tieten en een kont heeft. Dat lijkt het criterium voor dit soort kerels, die wanhopig hun zaad ergens kwijt schijnen te willen. Wat denkt een man te bereiken als ‘ie naast me komt rijden en me verzoekt in zijn auto te stappen want ‘dan kan ‘ie me wel ergens naar toe brengen’. NEE DANKJEWEL!

In een recalcitrante bui ga ik wel eens de discussie aan met dit soort figuren. Gewoon omdat ik het niet snap. En zij snappen mij weer niet blijkt dan. Er is nog nooit een zinnig woord uit zo iemand gekomen wanneer ik hem vroeg wat ‘ie ermee dacht te bereiken om vrouwen op deze manier te benaderen. Het lijkt mij ook zo weinig succesvol, maar deze aanpak wordt toch fanatiek toegepast… Kan iemand het me alsjeblieft uitleggen!?

Ik besef heus wel dat mannen en vrouwen verschillend zijn, maar vrouwen hebben toch net zo goed als oerdrang het voortplanten meegekregen? Waarom gaan wij er dan zo anders mee om? Hebben sommige mannen een stukje evolutie gemist?

Ik bedoel: één man kan in theorie de wereldbevolking redden, dus waar ze nou zo opgefokt over doen?


N.B.: Nogmaals, voor ik te boek sta als mannenhaatster, dit gaat niet over álle mannen, er zijn gelukkig genoeg leuke, sociaal competente mannen die prima met andere mensen om kunnen gaan. Maar er is wél een aanzienlijk deel dat toch ergens is blijven steken in zijn ontwikkeling en zich puur laat leiden door de ‘lokroep van de prostaat’*.

*Vrij naar: ‘Ik ook van jou’ – Ronald Giphart

Kerkganger

Laat ik vooropstellen: ik ben niet religieus en al helemaal niet christelijk. Toch had ik gisteren een soort gelukzalig moment in een kerk. In een kerk ja…

De boekhandel Selexyz hield een mega-uitverkoop. Dat feit op zich kan mij al gelukkig maken. Veel boeken voor weinig geld. Dit evenement werd georganiseerd in de Grote Kerk in Breda. 

Aangezien er normaal gesproken entree wordt gevraagd voor dit monument was ik er nog nooit naar binnen geweest. Wel had ik al menigmaal staan kwijlen bij alleen al de buitenkant van dit imposante gebouw. Ook heb ik wel eens na een leuke avond, lichtelijk onder invloed, staan verkondigen dat de kerk toch zoooo ontzettend mooi is. Nu was dan het moment aangebroken om ook de binnenkant eens te bewonderen.


Eerst terug naar de boeken. Het was een waar walhalla: Honderden, waarschijnlijk wel duizenden, boeken voor een spotprijs uitgestald. Ik ging dus even enorm mijn slag slaan. Tussen de bejaarden. Dat dan weer wel. Hoe dan ook ben ik keurig binnen het door mijzelf gestelde budget gebleven en met mijn armen vol boeken besefte ik, rond me heen kijkend, dat ik nog helemaal niet terug naar buiten wilde.

Ik weet niet wat het precies is dat zo’n kerk met mij doet. Daar waar bijvoorbeeld schilderijen me betrekkelijk koud laten werd ik compleet overweldigd door deze kerk. Ik heb er misschien nog wel een uur rondgelopen, om me heen gekeken en stilgestaan. Het besef dat dit bouwwerk hier al eeuwen staat. Eeuwen geleden ontworpen en gebouwd is door mensenhanden. De beelden, de ornamenten, de schilderingen, het orgel, de grafmonumenten, de glas-in-lood ramen en de gezangen op de achtergrond. Maar vooral ook het geluid, de geur en de sfeer. Ik word er rustig van, het maakt me stil van binnen. Het is een plek waar praktisch alle kunstvormen samen komen, een plek die zo imposant is dat deze mijn eigen gedachten wegvaagt.


Tot en met morgen staat Selexyz nog met haar boeken in de kerk en is de entree dus gratis, ik denk dat ik er nog maar een rondje ga lopen.


(www.grotekerkbreda.nl – hij is écht heel mooi!)

Gelukkig...

Moe, uitgeblust en ook nog eens ongesteld. Dan zit er maar één ding op: De stad in! Onder de dekmantel van de zinnige aankopen die ik moest doen, kon ik ook de H&M wel even met een bezoekje verblijden. En dat, terwijl ik net besloten had om na mijn verhuis een beetje ‘budget’ te gaan leven… Toch kon ik het niet laten om even een portie blijheid te shoppen.


Het is vreemd hoe – voornamelijk – vrouwen blij worden van shoppen. Dat nieuwe shirtje, broek, riem of paar laarzen maken me blij. Echt even blij. Maar het is instant geluk. Het stelt niet zoveel voor. Toch trap je er telkens weer in, want je hebt als vrouwzijnde natuurlijk nóóit iets leuks om aan te trekken. Maar het is stom, flinterdun, nietszeggend, instant geluk. Want, zou ik nu echt minder gelukkig zijn zonder die ene broek? Natuurlijk niet, en het is ook helemaal geen echt geluk.


Je hoort vaak mensen, die heel wat minder goedbedeelde landen hebben bezocht, over de lokale bevolking. Over de vriendelijkheid, de blijheid en de warmte van die mensen. Mensen die blij zijn met wat ze hebben. En wij, levend in het meest welvarende deel van de wereld, zijn helemaal niet zo blij. We zijn niet tevreden, willen altijd meer en hebben continue stress. Het halve land is depressief en het is nooit goed. Dat, terwijl we wél alles hebben en kunnen. Er komt water uit de kraan, stroom uit de muur en je hebt iedere dag eten. Zoveel je wilt. Maakt de honger naar meer ons dan ongelukkig?


Er werd mij laatst gevraagd naar het gelukkigste moment van mijn leven. Na lang nadenken kwam er nog steeds geen zinnig woord uit. Ik kon me niet één groot euforisch gelukkig moment voor de geest halen; tenminste, niet een moment dat er écht toedeed. Van bijvoorbeeld een goed tentamencijfer kan ik me wel even heel blij voelen, maar het doet er niet toe. Een 6 of een 8, dat is in wezen niet belangrijk. Het behalen van een diploma? Een geslaagde sollicitatie? Dat zijn fijne gebeurtenissen, maar geluk?


Geluk zit voor mij meer in kleine dingen. Ik kan me soms ineens intens gelukkig voelen. Na een regenbui door het park fietsen. Al het stralende groen en de frisheid voelen en ruiken. Midden in de nacht ontdekken dat ik op mijn nieuwe stek vanuit het zolderraam over de hele stad kan uitkijken. Een onverwacht goed gesprek waarna je je weer helemaal opgeladen voelt. En mijn lieve vriendinnen, waar ik mee kan lachen en huilen, die zo ontzettend waardevol voor me zijn. Daar word ik gelukkig van. Om één van hen (www.yourdailymenu.tk) maar te quoten: ‘Geluk zit in een klein meisje.’

Back to school

Zeven jaar Zeldenrust-Steelant college; als een reis terug in de tijd door mijn eigen leven:

B1J

- Het jaar waarin ik als klein elfjarig meisje mijn eerste stappen zette binnen die grote school.

- En ook het jaar waarin ik mijn eerste sigaret rookte.

H2B
-
Het jaar waarin ik een beugel kreeg, die er voorlopig niet meer uit zou gaan.
-
En het jaar waarin ik voor het eerst heel erg verliefd werd.

H3B
- Het jaar waarin ik veel spijbelde en ongegeneerd de puber uithing.
-
En het jaar waarin ik na twee maanden besloot dat ik bleef zitten.

H3C
- Was het jaar van de tweede kans.
-
En het jaar dat ik Angelique leerde kennen; die naast mij plaats nam met de legendarische woorden: ‘Nou, dan ga ik hier maar zitten…’

H4A
- Het jaar waarin ik het voor elkaar kreeg dat mijn leraar Nederlands een bepaalde trui nooit meer aan heeft gedaan.
-
En het jaar waarin we verontwaardigd beweerden gemiste toetsen alláng ingehaald te hebben en het zelfverzonnen cijfer nog kregen ook!

H5A
- Het jaar van de Bonte Avond samen met Krista en Kimberley.
-
En het jaar waarin ik mijn havo diploma haalde.

A5B
- Was het jaar dat ik al mijn tussenuren doorbracht in het tekenlokaal.
-
En het jaar waarin ik mijn leraar Duits aan het huilen maakte.

Atheneum 5 was ook het jaar waarin ik besloot dat het tijd was om verder te gaan.

Plastic Fantastic

Ik werd van de week gewezen op de Zembla documentaire ‘Borsten voor je verjaardag’. Ik had ‘m al eerder met open mond bekeken. Stuk voor stuk mooie meisjes. Mooie meisjes die ongelukkig zijn en een borstvergroting of een nosejob willen. En die nog krijgen ook; van papa en mama. Voor hun verjaardag. Schokkend.


De niet realistische meisjes, met nog minder realistische ouders, en zo mogelijk nóg minder realistische artsen. Zij gaan allemaal mee in het ‘sprookje’ van het maakbare uiterlijk.


Niet iedereen is even mooi natuurlijk. En eigenlijk is dat juist weer mooi, die verscheidenheid. Maar ook bij de esthetisch wat minder ‘goed gelukte’ medemens valt er een hoop te redden alvorens over te gaan op plastische chirurgie. Als er maar aandacht aan wordt besteed. Kleed je naar je figuur, laat je haar knippen, neem een zonnebankje, epileer je wenkbrauwen, maak je op, ga eens naar de sportschool en neem af en toe een maskertje. Ik beloof je: Een wereld van verschil.


Maar deze meisjes waren al mooi! Mooi in de breedste zin van het woord. Mooi, maar duidelijk ongelukkig. Is het een teken van de tijd? Een kenmerk van de huidige maatschappij? Ik weet het niet. Ik weet wel, dat als je hier in meegaat je jezelf gek maakt. Je kunt je niet meten aan het heersende schoonheidsideaal, want dat ideaal is onrealistisch.


Ik ben ook niet altijd onverdeeld gelukkig met mijn voorkomen, maar toch is plastische chirurgie nooit in me opgekomen. Ik wéét dat ik voor strakkere billen nu eenmaal naar de sportschool moet. En aan dat brede hoofd van mij is niks te doen, net zo min als aan de lengte van mijn benen. Van staren naar de lijven van de prachtig gephotoshopte Hollywood sterren word je echt niet gelukkig, en ook niet van een borstvergroting.


En het vriendinnetje dat mij wees op deze documentaire, vertelde dat ze de gevoelens van deze meisjes wel herkende. Voor de tweede keer was ik geschokt. Zij, die ik benijd om haar uiterlijk. Zij, met haar sprankelende voorkomen. Zij, met haar mooie benen.


Misschien moet ik haar dat maar eens gaan vertellen…

If I were you

Wat, als ik voor een dag jou mocht zijn. Wat, als ik voor een dag de wereld vanuit andere ogen mocht bekijken. Hoe zou dat zijn? Waar zouden de accenten dan liggen?

Alles beleef je vanuit je eigen perspectief. Iedereen is immers zijn eigen middelpunt. Iedereen handelt en redeneert vanuit zijn eigen referentiekader. Je kunt niet anders. Maar hoe interessant zou het zijn, om eens een dag vanuit het perspectief van je buurman te kunnen kijken. Er zou een complete verschuiving plaatsvinden.
Dat wat jij belangrijk vindt doet er opeens niet meer toe, en dingen waar je nooit over nadacht zijn opeens een halszaak. Hoe bizar is het om te bedenken dat er zoveel mensen op deze planeet leven die allemaal een totaal verschillend leven hebben. Een leven waar jij geen weet van hebt. Met verschillende normen, waarden, ambities, zorgen etc.

Ik verwonder me wel eens, wanneer ik ergens voor dag en dauw naar toe moet, dat er dan meer mensen op straat zijn. Dat er andere mensen zijn, die allemaal om verschillende redenen óók op een vreselijk onchristelijk tijdstip hun bed uit moesten. Waarom vraag ik me dan af? Waarom? Wat gaan zij doen?

Of een auto, die met een levensgevaarlijke snelheid over het wegdek scheurt. ‘Uitslover’ of ‘gevaarlijke gek’ is dan de eerste gedachte. Maar stel nou, dat die man net een telefoontje heeft gekregen dat zijn zoontje een ongeluk heeft gehad en in kritieke toestand in het ziekenhuis ligt. Wat denk je dan?

Wat denk je, wanneer je een onverdiende kutopmerking naar je hoofd krijgt? Wat denk je, wanneer je een verschrikkelijk dik persoon op straat een ijsje ziet eten? Wat denk je, wanneer een zwerver je aanhoudt en om kleingeld vraagt?

Stel nou, dat deze persoon er vijf minuten geleden achter kwam dat zijn partner vreemd gaat; na 3 maanden streng diëten haar eerste ijsje eet of door een ongelukkige samenloop van omstandigheden na een faillissement tussen wal en schip gevallen is binnen ons sociale stelsel?

What if I were you…?

Imagocrisis

Ik vraag me wel eens af hoe mensen mij zien. In hoeverre verschilt het beeld dat de buitenwereld van mij heeft van het beeld dat ik van mezelf heb? De kwestie ‘ self image’, ‘perceived image’ en ‘desired image’.

Waarschijnlijk is hier geen eenduidig antwoord op te geven. In iedere situatie laat je weer een ander stukje van jezelf zien. Dit betekent niet dat je je anders voordoet dan je bent, maar je past je aan aan situaties en geeft dat deel van jezelf dat van toepassing is.

Zo zal ik in sommige kringen bekend staan als een bitch. In andere weer 'als dat kind dat overal mosterd op smeert'. Het is maar net welk stukje er blijft hangen.
Sommige mensen zullen mij zien als een eigengereide tante, terwijl ik ergens anders misschien te boek sta als een lief meisje. Er ook vast wel mensen zijn die mij zien als 'die pot'. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Een domme doos, een arrogant wijf, een intelligent wezen, een naïeve muts, een onzeker meisje, een enthousiast mens.

Al deze typeringen zijn een deel van mij. Maar ik ben natuurlijk nooit alleen maar een bitch of alleen maar een lief meisje. Een combinatie van al je eigenschappen en ervaringen vormen je persoonlijkheid. Soms heeft één kant wat meer de overhand, maar als het goed is is het redelijk in balans.

Kijk daarom ook altijd wat verder dan de eerste indruk die je krijgt van iemand. Men, en ik ben ook niet heilig, is vaak geneigd direct een oordeel te vellen. Maar er zit vaak zoveel meer in een persoon dan je in eerste instantie kunt zien!

Sinds mijn puberteit word ik door leeftijdsgenoten al getypeerd als ‘anders’. Wat dat ‘anders’ dan was kon men me nooit zo goed vertellen maar ik was in ieder geval niet zo als de rest. Eigenlijk ben ik daar wel blij mee. Ik heb een soort aversie tegen de massa en heb vaak schijt aan wat anderen vinden. Maar nu even niet. Verras me en vertel mij maar wat voor beeld jij van me hebt! Welk stukje ‘Lian’ heb ik aan jou laten zien?

Zeef

Op wat voor leeftijd kan dementie haar intrede doen? Kan dat ook als je 21 bent? Vast niet. Maar mijn god, wat heb ik een ongekend talent voor het vergeten van dingen!


Zo ontbreekt mijn telefoon vaak in mijn tas, ga ik boodschappen doen zonder portemonnee en zie ik een dag later dat ik de film, die ik persé wilde zien, gemist heb. Het is vast te wijten aan mijn chaotische levensstijl, maar irritant is het zeker. Ter illustratie nog wat voorbeelden:


Mijn moeder die vraagt of ik, wanneer de was klaar is, deze op wil hangen. Als de toegewijde dochter die ik ben beloof ik dit natuurlijk te doen. Zonder opzet denk ik de rest van de dag geen seconde meer aan die hele was. Tot het moment dat ik mijn moeder thuis hoor komen. Het eerste wat er door mijn hoofd schiet is: Kut! De was… Vergeten!


Een e-mail van het secretariaat van Media & Entertainment Management. Er is een extra college ingeroosterd volgende week, alsof we nog niet genoeg te doen hebben... Ik schrijf het in mijn agenda. Op de bewuste dag fiets ik nietsvermoedend op mijn gemak om 13:00 uur naar school. Door mijn klasgenoten word ik verwelkomd met een: ‘Zo wat dacht je, ik slaap weer eens uit?!’ Wanneer ik ze een niet-begrijpende blik toewerp komt er verduidelijking: ‘Het college van Frank!’ Ja hoor, compleet vergeten…


En deze week was het weer raak. Als ik mijn spullen pak om weer naar Breda te gaan wordt mij gevraagd of ik, als zogenaamde arme student, vers brood mee wil nemen. Graag, want ik heb niets in huis. En gratis doet het altijd goed! Eenmaal aangekomen in mijn eigen stulpje is het tijd om te lunchen en keer ik mijn weekendtas ondersteboven. Geen brood. Dat ligt dus nog op het aanrecht in Zeeland…


Halleluja! Kan iemand er voor zorgen dat ik in ieder geval niet vergeet adem te halen?!

Zomer in Zeeland

April en bijna 30 graden. Normaal is anders, maar even afgezien van het hele ‘Global Warming’ verhaal is het best leuk. Ik besluit mijn vrije dagen bij mijn ouders in Zeeland door te brengen. Een tuin tot mijn beschikking, en dicht bij de kust. Wat wil een mens nog meer?


Beweging! Na twee dagen lezen in de tuin voel ik me net een oud wijf. Waar blijft de tijd van hutten bouwen in het park, badmintonnen en skippyballen? Stiekem verlang ik terug naar de periode dat er nog een schommel in de tuin stond. Daar schijnen we nu te oud voor te zijn… Ik vind een schommel eigenlijk best leuk.

Verveeld loop ik door de tuin en schop tegen de bal die daar ligt. Voorzichtig ga ik op mijn handen staan. Met het oog op mijn turnverleden kan ik dat nog steeds niet laten. Vroeger deed ik hier een arsenaal aan dingen die mijn ouders vreselijk eng vonden. Nu ligt er niet eens meer gras in de tuin.


En wij maar klagen dat we ‘ineens’ zo gemakkelijk aankomen. ‘Meer dan de helft van de Nederlandse volwassenen is te zwaar!’ kopt het Voedingscentrum. Waarna een relaas over verantwoorde voeding volgt. Voor het gemak wordt even vergeten dat de meeste kinderen zich de hele dag rot rennen. Is het je wel eens opgevallen dat kinderen nauwelijks normaal lopen; maar over het algemeen rennen of springen? En voordat deze kinderen evolueren tot hangjongeren, voetballen en skeeleren ze op straat. Reken maar dat ze calorieën verbranden.

Totdat er zich in de puberteit een keerpunt aandient. Opeens willen ze zich volwassen gedragen. De skeelers en voetbal worden opgeborgen. Ze gaan op terrassen hangen, en vervoeren zich op een scooter. Dit alles om maar voor ‘vol’ aangezien te worden. Waarom die gêne? Van een beetje beweging is tenslotte nog niemand doodgegaan.


Alsof mijn gebeden verhoord zijn is daar de volgende dag! Een lange strandwandeling. Een bal en een hond! Ik vermaak me. De hond trouwens ook. Daarna volgt een bezoekje aan mijn surrogaat oma (die ik hierna gewoon oma noem...) Oma woont in een mooi huis midden in de polder met een flink stuk grond. Als ik over het gras loop herinnert ze me aan alle capriolen die ik daar vroeger uithaalde. Alweer dat turnverleden! Aarzelend zeg ik dat ik denk dat ik nog wel wat kan.


In mijn achterhoofd heb ik het feit dat ik minstens vier jaar niet geturnd heb en dat de kans aanwezig is dat ik nu mijn nek breek. Ik negeer de feiten en maak een radslag. Dat gaat nog best soepel. Voor ik het weet haal ik hele vloeroefeningen van vroeger op en even ben ik weer de fanatieke turnster van toen. En dat voelt goed! Dat ik me niet volwassen gedraag interesseert me geen reet. Ik geniet, en oma die ondertussen haar grasveld als permanente oefenvloer aanbiedt, ook.


Misschien moeten we allemaal onze gêne zo af en toe laten varen en gewoon doen wat ons gevoel ons ingeeft. Daar wordt de wereld vast gezelliger én slanker van.


En ik denk, dat ik gewoon een springtouw koop. Voor op het balkon!

Vriendjespolitiek

Normaalgesproken ben ik behoorlijk standvastig wat betreft mijn principes. Ik ben best een burgertrut: Ik rijd bijvoorbeeld niet door rood en heb ook nog nooit iets gejat. Zo houd ik ook niet van vriendjespolitiek. Voor deze ene keer maak ik een uitzondering.


Voor mijn vriendjes van Rotterdams LEF. En vriendjespolitiek is misschien ook niet het goede woord, het heeft een te negatieve lading. Hoe dan ook wil ik deze mensen even onder jullie aandacht brengen.

Rotterdams LEF is een theaterproducent en talentontwikkelaar waar ik mijn 3e jaars stage heb gedaan. 5 maanden lang heb ik een hoop beleefd en gezien binnen dit bedrijf. Leuke en minder leuke dingen gedaan. En heel veel geleerd. Over het bedrijf, over het werkveld, en vooral ook over mezelf. Met liefde en plezier heb ik de tour van ‘Kwaad Bloed’ begeleid. ‘On the road’ met zeven hele leuke, totaal verschillende jonge getalenteerde mensen. Eén groot feest.

Maar er zit ook een serieuze kant aan het verhaal. Aan het verhaal dat Rotterdams LEF vertelt. Avond aan avond. Het verhaal van Maja Braderíc. Dit meisje werd in 2003 door haar eigen vrienden vermoord en in brand gestoken. Het is een verhaal dat verteld moet worden. Dat zijn wij verplicht aan Maja, aan haar ouders en aan alle andere ‘Maja’s’ in deze wereld.

Het stuk is gebaseerd op haar verhaal maar het gaat verder dan dat. Het gaat over jongerencultuur, groepsgedrag, zelf na blijven denken en nee kunnen zeggen. En dat kan ineens heel moeilijk zijn. Ik quote: 'Het moment van terug is nu voorgoed voorbij'.


Ik zag het stuk een keer of dertig en het blijft spannend. Kippenvel en tranen. Zo’n aangrijpend verhaal dat zó dichtbij komt. Tot eind mei speelt Rotterdams LEF ‘Kwaad Bloed’, en ik wil iedereen oproepen om het te gaan bekijken. Omdat we ons bewust moeten worden en omdat Maja niet vergeten mag worden. Alle respect dan ook voor de spelers die elke keer weer het uiterste van zichzelf vergen om dit stuk neer te zetten.


Mijn vriendjes van Rotterdams LEF: Sandro, Wendy, Remco, Lotte, Fahd, Fleur en Werner (en niet te vergeten Alex & Tijmen. Techniek; de stabiele factor in dit zootje ongeregeld); jullie zijn top!




Check de speellijst op www.rotterdamslef.nl

Buurmeisje

Tenminste 98% van de vrouwelijke bevolking zou niet eens in de buurt van mijn bed mogen komen. Noem me veeleisend, maar een beetje selectief gedrag op dit gebied lijkt me niet verkeerd.

De overige 2% loop ik ook wel eens tegen het lijf; doorgaans op de meest onverwachte momenten. Het zijn mensen die je opvallen, die iets bijzonders hebben. Iets ongrijpbaars is het meestal. Het begrip uitstraling dekt de lading waarschijnlijk nog het best (tegenwoordig in Henk-Jan Smits kringen ook wel de X-factor genoemd). In ieder geval dat speciale waardoor je nog een keer omkijkt, en heimelijk verlangt deze persoon ongegeneerd mee naar huis te sleuren. Het zal wel iets met hormonen en oerdriften te maken hebben.

Vanavond ging ik nietsvermoedend nog even snel boodschappen doen. Lopend tussen de schappen keek ik opeens recht in een paar ogen dat toebehoorde aan een persoon die overduidelijk uit de categorie ‘overige 2%’ kwam. Ik was zo onder de indruk van wat ik zag dat ik onmiddellijk wegkeek en per ongeluk weer terugkeek. De ogen tegenover me keken mij ook weer aan; deze keer vergezeld met een glimlach.

Compleet van mijn apropos deed ik de rest van mijn boodschappen en liep nog een rondje of drie door de winkel. Terwijl ik me opwond over het feit dat ik nét vandaag niet eens mascara op had, zag ik hoe de persoon met de ogen in gesprek was met een supermarktmedewerker. Hij opende de deur van het kantoor en zij mocht haar spullen daar stallen. Mijn ogen volgden hoe ze het magazijn binnenliep…

Ik herhaal: ‘.. hoe ze het magazijn binnenliep!’ Langzaam kom ik tot mijn positieven. Ze werkt hier! En daarom lachte ze natuurlijk zo vriendelijk. Dat doet ze namelijk naar iedereen. Bedrijfspolicy enzo… Het leven van een vrijgezelle vrouw gaat weer eens niet over rozen.

Maar aangezien ik het buurmeisje van deze, niet bij naam te noemen, doch zeer bekende, supermarktketen ben, heb ik een goede reden om iedere dag in mijn leukste outfit, met een verse laag make-up én een grote glimlach mijn boodschappen te doen! So move over Fleur (Door FHM uitgeroepen als Buurmeisje van 2007*); I’m on my way!

Nu of nooit

Kiezen is moeilijk. Voor mij althans. Het komt misschien voort uit de angst voor het onbekende. Kiezen, keuzes maken, betekent twijfelen. Ik weet vaak heel goed wat ik níet wil. Maar wat dan wel?


Bij de meest basale dingen slaat de twijfel al toe. Wat trek ik aan? Eten bij de Italiaan of de Griek? Uitgaan of op tijd naar bed? Links of rechts, paars of blauw, bril of lenzen?


En bij de serieuzere dingen wordt het allemaal nog ingewikkelder. Zo plakte ik destijds maar een extra jaartje aan mijn middelbare school omdat ik écht niet wist wat ik moest gaan studeren.

En nu, sta ik weer voor eenzelfde soort keus. De mogelijkheden zijn eindeloos, maar tegelijkertijd ook beperkt. Ik kan niet alles tegelijk, hoe graag ik het ook zou willen. Hoe meer het duidelijk wordt wat ik wil, hoe moeilijker het lijkt om de juiste keuzes te maken.


Ik zet op een rijtje:

- Volgend jaar afstuderen; een minor, een pre-master of het NHTV-programma?

- Een stage of een scriptie?

- Gelijk ook maar starten met de deeltijdopleiding regie in Rotterdam, of toch maar even wachten?

- Na het afstuderen een universitaire master, zoja welke?

- Volgend jaar dan in ieder geval maar veel workshops van Studio LEF volgen?

- Of toch de drama opleiding in Tilburg gaan volgen hierna? Al dan niet in deeltijd.


Ik wil alles. Ik wil teveel tegelijk en in de meest onmogelijke combinaties (naast een master ook een deeltijdopleiding… dat kan dus niet.) Ik moet nu een verstandige keus maken en dat beangstigt me. Het ‘nu of nooit’ gevoel.


Misschien kun je pas moeiteloos keuzes maken wanneer je er niet zo zwaar aan tilt, de dingen niet zo serieus neemt en je je leven neemt zoals het komt. Meegaan met de beweging.

Voor nu hoop ik op wat rust in mijn hoofd zodat ik een weloverwogen beslissing kan nemen!

Niets menselijks is mij vreemd…

…En een mens zit soms vreemd in elkaar.

Ik ben een persoon van uitersten. Een mail of sms sluit ik af met een X of met een ‘met vriendelijke groet’. Daartussenin zit bar weinig.


Ik vind je leuk, of ik vind je verschrikkelijk. Bij optie één heb je geluk. Bij optie twee wat minder. Maar ook ik ben op de hoogte van de geldende fatsoensnormen dus zal ik je vriendelijk groeten, maar niet uitnodigen op mijn verjaardag.


Mensen schrikken vaak van mij. Van mijn directheid. Van het gebrek aan nuance soms. En van mijn cynisme. En natuurlijk; ik ben arrogant. En dat is nog waar ook. Vaak denk ik 'doe het er maar mee'. Je kunt zeggen wat je wilt, je hoeft me niet aardig te vinden maar ik ben wel oprecht. Maar heel af en toe vraag ik me ook af of ik niet iets met die signalen moet? Ben ik werkelijk te ongenuanceerd en direct?


Ik denk het niet. Ik neem geen blad voor de mond, maar zal nooit opzettelijk mensen pijn doen. En de mensen die mij echt kennen zien dit deel van mij dan ook niet als een obstakel. Sterker nog, ze moeten er vaak om lachen en noemen het ‘typisch Lian’.

En ik denk, dat zolang ik de mensen om mij heen niet schaad, en mezelf recht in de spiegel durf aan te kijken, het allemaal wel meevalt.

Zoals een vriend mij laatst omschreef: 'You'll learn to love her'.

Dear men,

Ja, het is in het Engels omdat het een opdracht voor school was. Dat heb je met internationale opleidingen...


Let’s talk about sex baby…

Why do people always want to talk about sex with me? Because sex is an interesting subject to talk about. True. In some ways we’re all the same. And that’s what I want to talk about! We are all the same.

I’m not that different because I do not fancy guys. But especially those guys, because girls don’t even mind, find it very exciting.
Is it because they think I’m even harder to get now? Well, wake up; I’m not to get for any of you.
Or, is it because the image of two women having sex is a kind of ideal picture for men? Right, like we’re having sex all day...
Maybe it is because they do not understand how I, voluntary, can live without a male better half. So in that case it would be an ego issue.

Whatever the reasons may be, I have the most interesting conversations with men; especially when alcohol is involved.
I will drop the vulgar topics (just use your imagination) but when they are convinced of the fact that they do not have the slightest chance, their approach changes. He wants to talk about the practical aspects: ‘How did you find out?’ ‘Well how did you find out you were a hetero sexual? I walked exactly the same path…’ and ‘How do you recognize each other?’ ‘We mark our foreheads, duh, haven’t you noticed?’
The strangest question I have ever got was: ‘If you ever are going to have a child, whose last name is it going to get? ‘Yours’, your girlfriends’ or the biological fathers name?’ ‘Ehm, have you ever thought that seriously about having children?’ ‘Me neither!’

After all these years I have a smart answer for every question. But time and time again, when we’re out of subjects of conversations, this one pops up. As if they have saved the best for last. It remains fascinating. I don’t know what happens in a guys head when he thinks about two girls but it must be some kind of chemical reaction.

Let me get this straight (the equivoque wasn’t on purpose): What is the big deal for god’s sake? To refer to the beginning: Aren’t we all the same? If you love someone you love someone. With me it is not any different then with you. Except for the fact that you guys have a surplus of testosterone; which leads to those embarrassing conversations… And in my case it coincidentally is about women.
But let’s be honest, don’t you all love girls?

Dus...

Ik besluit me te voegen in de Internet jungle der weblogs. Alsof er nog niet voldoende zijn waan ik mezelf interessant genoeg om een hele pagina op het wereld wijde web aan mijn persoon te wijden.

In een egocentrische maatschappij als de huidige is het niet meer dan normaal om jezelf het meest interessante wezen dat er bestaat te vinden (misschien moeten we af en toe onze ogen openen en onze blik ergens anders op richten, maar dat terzijde).


Zodoende zijn er meer dan genoeg weblogs van het kaliber: ‘Vandaag was het wel erg saai, ik moest naar school en werd eruit gestuurd bij Frans. Na school nog even de stad in geweest met m’n vriendinnen. Gelukkig is het bijna weekend. Nou heb ik niks meer te vertellen. Doooeei!’


Goed, nou ben ik ervan overtuigd dat dit soort toevoegingen, die niet eens dagboek waardig zijn, betrekkelijk overbodig zijn en raken we gelijk het onderwerp waar ik het eigenlijk over wilde hebben. Ik schreef namelijk: ‘ben ik ervan overtuigd…’ Er zijn natuurlijk nog vele andere overtuigingen mogelijk. Allemaal net zo waar als de mijne, aangezien een overtuiging persoonlijk is. Zoveel mensen, zoveel kleuren zullen we maar zeggen.


Toch wordt er van alle kanten geprobeerd van ons een soort hapklaar brokje te maken. Alle neuzen dezelfde kant op. Een kleurloze massa. Kuddegedrag. Nu kun je je afvragen: ‘Waar maak je je in godsnaam druk over?!’ Maar wat is er mooier dan de eigenheid van de mens? En die lijkt te verdwijnen. Ik stoor me aan het feit dat ik vreemd word aangekeken wanneer ik mijn eigen mening presenteer. Een mening die soms buiten het verwachtingspatroon ligt, een mening die af en toe niet als die van anderen is of een mening die niet sociaal wenselijk is. Maar het is wel míjn mening. En ik weiger mij neer te leggen bij dingen ‘omdat ze nou eenmaal zo zijn’, ‘omdat het nou eenmaal zo hoort’ of ‘omdat ze nou eenmaal van je verwacht worden’.


Ik vraag me af wanneer mensen gestopt zijn met nadenken. Wanneer is de beweging in gang gezet die ervoor zorgde dat mensen panisch bij een groep wilden horen? Dit verzin je toch niet? De mens als willoos kuddedier… En waarom? Het voelt veilig. Je hoeft zelf geen keuzes meer te maken, die zijn al voor je gemaakt.


Hoe moeilijk ik keuzes maken soms ook vind, ik KIES er voor om zelf te kiezen, zelf na te denken en niet klakkeloos het al gebaande pad af te lopen.